|
SELECTIECRITERIA
NATIONALE SENIORESPLOEG SKEELEREN |
Bronnen : - bestaande selectiematrix jeugd/junioren
- eigen
ervaring, feeling, know-how
- buitenlandse 'selectiecriteria' (o.a. Australian 2002 World Speed
Skating Selection Criteria)
Medailles halen op World Games, WK en EK.
Prioriteit gaat bijgevolg naar de atleten die (individueel en/of in
team) kans maken op het behalen van een medaille en naar de atleten die hen
daarbij kunnen helpen.
Het selectiecomité wordt gevormd door het nationaal trainersteam
(bestaande uit de drie trainers). Het selectiecomité beslist/stemt over de
uiteindelijke selectie(s). Dit
gebeurt (uiteraard) na onderling overleg en na diverse besprekingen, discussies
en afwegingen. Elke trainer heeft één
(gelijke) stem. Staking van stemmen is
niet mogelijk.
De comité- en/of beheerraadsleden hebben hun verantwoordelijkheid de
selecties (al dan niet) te aanvaarden.
Zij maken echter geen deel uit van het selectiecomité.
1.
Op basis van de (door het VSC) ingediende planning en begroting bepaalt
de Raad van Bestuur het kader waarin geselecteerd kan worden: beschikbaar
budget (maximum-bedrag).
2.
De (nationale) trainers beslissen over de selectie, rekening houdend
met de doelstelling en alle daaraan ondergeschikte en relevante factoren.
Bij het bepalen van de uiteindelijke selectie worden volgende elementen
afgewogen:
1.
individuele medaillekans
2.
medaillekans in ploegverband
3.
doorgroeimogelijkheden naar
toekomstige medailles
Om de medaillekansen in te schatten wordt gekeken naar (niet in
volgorde van belangrijkheid!) :
- Prestaties
op de Belgische kampioenschappen van het huidige jaar (tijden, uitslagen,
'wedstrijdaanpak').
Hier
kan een aparte beoordeling gegeven worden aan de specialisatiefactoren ‘korte
afstand’ en ‘lange afstand’, en/of aan de doelfactor piste of weg (afhankelijk
van de plaats waar het internationaal kampioenschap zal gereden worden).
- Resultaten
en 'prestaties' van contractuele professionele team-leden in en voor hun
betreffend team.
- Andere
opvallende resultaten in internationale wedstrijden in binnen- en buitenland,
gedurende de laatste 12 maanden.
- Evaluatie
van prestaties en ingesteldheid tijdens nationale stages en trainingen.
- Historische
factor = element dat rekening houdt met het historisch palmares en de
persoonlijke klasse van de betreffende atleet (de hoogte van de 'waardering' is
omgekeerd evenredig met de reeds verstreken tijd tussen de prestatie en de
selectie).
- Het
'nut voor de ploeg'; het kunnen fungeren als 'ploegrijder'; is de persoon
bereid en in staat om voor iemand anders te rijden?
- Koersvaardigheden
en -resultaten ‘onder druk’.
- Strategie,
tactiek, koerservaring, koersinzicht.
- Fysiek
vermogen.
Op termijn dienen een aantal medische data opgesteld
te worden, die moeten kunnen bijdragen tot een oordeelkundige evaluatie over de
fysieke conditie en paraatheid van alle potentiële elites (algemene conditie,
snelheid, ...).
- Algemene
houding en ingesteldheid tegenover de sport in het algemeen, het skeeleren in
het bijzonder, de ploeggenoten, tegenstanders, ... .
- Ervaringen
uit het verleden, zowel op sportief vlak (bvb. ‘houding’ in de nationale ploeg
in het verleden) als op extra-sportief vlak (bvb. sanctiemaatregelen genomen
tegen een bepaalde renner door nationale en/of internationele (koers)rechters).
Elk jaar, ten laatste op 31 december, zal door de trainersstaf en het
comité een schema voorgelegd worden met daarop vermeld :
- alle
nationale trainingen,
- alle
stagedata,
- alle
verplichte en/of aangeraden wedstrijden (binnenland, buitenland en nationale
kampioenschappen),
- de
data waarop voorselecties en definitieve selecties gemaakt worden.
Iedereen die in aanmerking wil komen voor een selectie dient aanwezig te
zijn op elke nationale training. Elke afwezigheid is een negatieve
beoordeling. Uitzondering kan gemaakt
worden voor diegenen die bewijs kunnen voorleggen van contractuele
verplichtingen hen opgelegd door een internationaal professioneel team,
ingeschreven voor alle W.I.C. wedstrijden.
In ieder geval is een deelname aan minimaal 3 wedstrijden van de
Belgische kampioenschappen verplicht (met opnieuw de uitzondering naar de
professionele teamleden).
Elkeen die afwezig dient te blijven op Belgische kampioenschappen en/of
op nationale stages en trainingen dient hiervoor voorafgaand en schriftelijk
een motivatie te bezorgen aan de nationale trainer. Deze verplichting geldt ook
voor de renners die deel uitmaken van een professioneel team.
In elk geval zijn alle potentiële elites waarvoor het voor de nationale
trainer niet mogelijk is zich een gemotiveerd oordeel te vormen (voornamelijk
gericht naar zij die deel uitmaken van een internationaal professioneel team,
ingeschreven voor alle W.I.C. wedstrijden), gehouden zich te onderwerpen aan
een aantal proeven opgesteld door de nationale trainer. Datum, plaats en uur voor deze proeven wordt
in gezamenlijk overleg tussen trainer(s) en betreffende atle(e)t(en) bepaald.
Het aantal te selecteren atleten is in eerste instantie afhankelijk van
de budgetten voorzien voor het betreffende internationaal kampioenschap.
Dit is m.a.w. in eerste instantie een zaak van de bevoegde raden/comités
binnen de skeelerfederatie.
Pas in tweede instantie is het de taak van het selectiecomité de
kwaliteit van de bewuste renners af te wegen t.o.v. de te besteden
middelen. Hierbij dient niet enkel op
korte termijn gedacht te worden, maar dient rekening gehouden te worden met de
‘carrière’, de verwachtingen in verband met de atleet op lange termijn.
De (maximale) selectie-omvang moet vastliggen in planning en begroting,
m.a.w. vóór aanvang van het sportjaar.
Bij de uiteindelijke selectie voor de Europese kampioenschappen
worden volgende normen gehanteerd :
1.
individuele medaillekans
2.
medaillekans in ploegverband
3.
doorgroeimogelijkheden naar
toekomstige medailles
-
Beoordeling van de contractuele professionele team-leden.
Indien hun prestaties in en
voor hun professioneel team geen onmiddellijke selectie verantwoorden, worden
zij in het hiernavolgende tweede punt 'afgewogen' met de andere
kandidaat-elites.
- Voor
de selectie van de overige leden van het team wordt volgende procedure gevolgd
:
. bepaling van de
selectie-omvang (zie hiervoor)
. voor elk van de
kandidaat-elites beoordeling of voldaan werd aan de selectie- verplichtingen (zie hiervoor)
. uiteindelijke
keuze uit de overgebleven kandidaten, rekening houdend met de uiteengezette selectiecriteria
(zie hiervoor) en volgens de procedure vermeld onder ‘selectiecomité’
(zie hiervoor).
Aan
de verschillende punten vermeld onder de selectiecriteria kan een quotering
gegeven worden, zodat op deze manier een ‘selectiematrix’ de uiteindelijke
keuze staaft.
Bij de uiteindelijke selectie voor de wereldkampioenschappen
worden volgende normen gehanteerd :
1.
individuele medaillekans
2.
medaillekans in ploegverband
3.
doorgroeimogelijkheden naar
toekomstige medailles
. bepaling van de selectie-omvang (zie hiervoor)
. voor elk van
de kandidaat-elites beoordeling of voldaan werd aan de selectie-verplichtingen
(zie hiervoor)
. uiteindelijke
keuze uit de overgebleven kandidaten, rekening houdend met de uiteengezette selectiecriteria
(zie hiervoor) en volgens de procedure vermeld onder ‘selectiecomité’ (zie
hiervoor)
. beoordeling
van de prestaties/resultaten op de Europese kampioenschappen.
De selectie voor de
wereldkampioenschappen moet dus zo veel als mogelijk uitgesteld worden tot na
de Europese kampioenschappen. Deze
beoordeling vormt een belangrijk punt in de uiteindelijke selectie voor het
wereldkampioenschap.
versie:
06/12/2004